Over tien jaar zullen er één miljard slimme meters in woningen zijn geïnstalleerd. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die allemaal goed werken? Door de meters vooraf te testen op vijf aspecten, waarna ze door nutsbedrijven probleemloos kunnen worden ingevoerd.

De ontwikkeling van het ‘slimme wonen’ gaat razendsnel. Momenteel werkt men al aan een grote stap vooruit op technologiegebied: de installatie van de slimme energiemeter. Van alle systemen die nutsbedrijven aan hun klanten kunnen aanbieden, vormt de slimme meter de meest directe verbinding tussen de kerntaken van het bedrijf (het leveren van energie) en de klanten die hun energiekosten willen drukken en ook graag meer geautomatiseerd (makkelijker) met het energiebedrijf om willen gaan.

In de hele M2M-wereld (machine-to-machine) is de installatie van slimme meters (nu vaak vereist door overheden en regelgeving) een van de meest grootschalige operaties ooit. Het telefoonbedrijf Telefónica merkt bijvoorbeeld op in een rapport met de titel ‘The smart meter revolution’, dat de installatiebasis van meters ongeveer 830 miljoen wereldwijd zal bedragen in 2020. China neemt daarbij de helft van dat aantal voor zijn rekening.

Een poort naar de markt van het slimme wonen

In landen zoals het Verenigd Koninkrijk heeft de leverancier, British Gas in dit geval, bijvoorbeeld al één miljoen slimme meters geïnstalleerd. Daarbij werd vastgesteld dat de klanttevredenheidsscore razendsnel steeg. Klanten vinden dat ze meer controle hebben, dankzij gedetailleerde overzichten over hun verbruik (en vergelijkingen met nabijgelegen soortgelijke huizen) en ze voelen zich meer betrokken bij hun energieleverancier wat betreft de levering van wat voorheen werd gezien als een oninteressant product.

Slimme meters vormen ook een poort naar de markt van het slimme wonen. Ze banen de weg voor meer dan alleen simpele metingen van het energieverbruik. Zo is er bijvoorbeeld steeds meer belangstelling voor smartphone-apps die de verwarming hoger en lager kunnen zetten en andere systemen zoals inbraakbeveiliging.

Zorgen wegnemen bij consumenten

Maar er is ook enige weerstand van klanten tegen slimme meters. Zoals Telefónica stelt, ‘maken mondige consumentenverenigingen in Europa en Noord-Amerika zich zorgen over de nauwkeurigheid van de meters en de databeveiliging’. Gezien de omvang van de huidige en de geplande wereldwijde invoering, is het van cruciaal belang dat nutsbedrijven ervoor zorgen dat hun test- en kwaliteitsbewakingsprogramma’s zó goed zijn dat zij deze zorgen bij consumenten kunnen wegnemen. Dat kan met de volgende 5 stappen.

1: Vroegtijdig testen van het systeem is essentieel. Slimme meters zijn een combinatie van nieuwe hardware en software. Problemen met de hardware kunnen moeilijker om op te lossen zijn dan softwareproblemen. Bij het testen moet rekening worden gehouden met deze verschillen en er moet, zoals bij elke goede planning, al in een vroegtijdig stadium van het project worden begonnen met testen.

2: Een gedeelde testlocatie wordt aanbevolen. Bij metersystemen kunnen ook meerdere verschillende leveranciers betrokken zijn, waaronder speciale bedrijven die de communicatie en infrastructuur moeten beheren, zoals de Data and Communications Company (DCC) in het Verenigd Koninkrijk. Dat er grote behoefte is aan heldere communicatie mag duidelijk zijn. Daarom wordt ook aanbevolen een gedeelde testlocatie op te zetten, zodat alle partijen dezelfde visie op het project hebben.

3: Test ook de uitdagingen die Big Data met zich meebrengen. Het enorme volume van meters en gegenereerde gegevens vormt een grote uitdaging: het omgaan met Big Data. Slimme meters kunnen ongeveer elk uur een meting doen. Daarom zijn integratietests, niet-functionele prestatietests en operationele acceptatietests van facturering en bedrijfs- en gegevensanalysepakketten belangrijk. Ook de invoering en installatie van de meters in woningen staan op de agenda, waarbij beheer van het personeel belangrijk zal zijn en er operationele wijzigingen zullen plaatsvinden die weer gevolgen zullen hebben voor de leveranciers en hun vermogen om die miljoenen meters effectief te kunnen leveren

4: Vergeet klantacceptatietests niet. Net als bij toepassingen die de thermostaat regelen vanaf een smartphone, zijn grondige acceptatietests door klanten van de gebruikersinterface van de slimme meters onmisbaar. Testlabs kunnen weliswaar typische thuisomgevingen nabootsen, maar daarbij moet wel rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de verschillen in draadloos bereik en de plaatsing van de meter.

5: End-to-endtesten is het doel. Nutsbedrijven maken zich ook zorgen, niet in de laatste plaats over het hoge tempo van de installatie dat door de overheid wordt afgedwongen. Daarom moeten test robusust zijn, end-to-end tussen partijen in de sector en in werkelijke situaties. Als de interoperabiliteit niet betrouwbaar is en systemen en processen niet feilloos werken, lopen partijen het risico dat de consument het vertrouwen verliest.

———————————